|
|
|
Gedragsontwikkeling van een pup |
Zij eindigt wanneer de pups de ogen openen. Er zijn twee vitale elementen in het leven van de pups in deze periode: de voeding en de warmte. De pups hebben twee reflexen op deze leeftijd: het snuffelen om de tepel te vinden en het zuigen om de melk uit de tepel te zuigen.
De moeder moet de buik van haar jongen likken zodat deze hen natuurlijke behoeften kunnen lossen (urine en uitwerpselen),
Het meest ontwikkelde zintuig op die leeftijd is de tastzin. Dit is zeer onontbeerlijk aangezien de pup voor de leeftijd van 2 weken niet ziet en weinig of niets hoort. De reukzin is aanwezig maar blijft zeer beperkt. De pup verplaatst zich door te kruipen t.t.z. buik op de grond. Op het sociaal vlak: de moeder verlaat bijna nooit het nest. Er bestaat een zwakke sociale band tussen de pups onderling die erin bestaat dat ze allemaal samen (op een hoop) slapen.
Er bestaat een stemgedrag bij de pups gedurende de eerste twee weken, het gaat om angstkreten (gekef en gehuil). Dit stemgedrag laat de moeder toe tussen te komen ingeval van gevaar.
Sommige pups beginnen te grommen en te blaffen vanaf 2 weken.
2. De overgangsperiode (van 2 tot 4 weken)Deze periode vangt aan met het openen van de ogen. Tijdens deze periode stelt men veel veranderingen vast in het gedrag van de pup.
De pup heeft zijn eerste sociale relatie. De eerste melktanden komen te voorschijn rond de 3de week. De pup begint te kauwen en te likken.
Rond de 3de week doet de pup zijn behoeften alleen. Hij staat recht en begint te spelen met zijn broers en zussen. Nog voor de 4de week worden de pups onafhankelijk in hun activiteit ten overstaan van elkaar.
Het stemgedrag wordt fijner, de pup stoot meer en meer verschillende geluiden (afhankelijk van de omstandigheden) uit.
3. De socialisatieperiode (van 4 tot 10 weken)
Indien er één periode belangrijker is dan de andere in de ontwikkeling van het toekomstige karakter van de pup dan is het wel deze.
Het is hier dat al dan niet het sociaal gedrag tegenover andere honden en tegenover de mens zich ontwikkeld. Dit zal afhankelijk zijn van de positieve en negatieve ervaringen opgedaan op verschillende ogenblikken. De zintuiglijke en motorische capaciteiten ontwikkelen zich verder. Het spel is de belangrijkste activiteit in deze periode.
Vanaf de 5de week begint de moeder te grommen als haar jongen proberen te zuigen. De pups proeven halfvaste of zelfs vaste voeding.
Tijdens de socialisatieperiode bereikt de motorische ontwikkeling van de pup baar einde. Het voortbewegen van de pup wordt vergelijkbaar met deze van een volwassen hond.
Tijdens deze periode zal de pup via het spel ook de hiërarchie die al ontstaat kort na de geboorte, bevestigen of wijzigen.
De socialisatie van de pup gebeurt in twee belangrijke fases: de toenadering en het ontwijken.
4. De toenaderingsfase (van 3 tot 5 - 7 weken)
Zoals de naar het aangeeft, karakteriseert deze fase zich door het toenaderingsgedrag van de pup ten overstaan van zijn soortgenoten en gedurende deze periode zal de pup zich een beeld vormen van zijn soort en zich alzo als hond definiëren. Het is ook de ideale leeftijd voor de socialisatie met de mens. De "maximale" sociale gehechtheid aan mensen op deze leeftijd houdt in dot de pups in contact komen met "verschillende soorten" mensen (kinderen, oudere mensen,..)
5. De ontwijkingfase (begint bij 5 weken)
Ontwikkelt zich trapsgewijs en eindigt met het totaal overschaduwen van het oorspronkelijke toenaderingsgedrag. Deze aangeboren mechanismen hebben een overlevingswaarde voor de wilde dieren. Zij laten de socialisatie met de andere leden van de soort toe en belemmeren de veralgemening van deze sociale relatie tegenover andere soorten. Zij verzekeren op die manier de overleving van de jongeren tegenover roofdieren. Tijdens deze periode is het belangrijk de pup te manipuleren om te socialiseren maar ook het bijten tegenover de mens te belemmeren. De menselijke adoptiefamilie moet dominant zijn tegenover de pup. Zoniet dan zal de volwassen hond de leider van de "meute" worden, wat problemen zoals agressiviteit en andere meebrengt.
6. De jeugd (van 10 weken tot 6 maanden)
Het zijn de eerste lange uitstappen uit het nest die het begin van deze periode aanduiden en het is het bereiken van de seksuele maturiteit die ze beëindigt.
De pup groeit, wordt sterker en soepeler. Alle zintuigen zijn volledig ontwikkeld bij de aanvang van deze periode.
Bron: Les cahiers d’Ethologia