|
|
|
De geboorte en eerste contacten
DE GEBOORTE EN DE EERSTE KONTAKTEN
Na een dracht van 57 tot 72 dagen, werp de teef haar jongen. Gedurende de periode voor de geboorte moet men de aandacht vestigen op het antwoord van de foetussen en dit vanaf de 45 dag van de dracht. Door de buik van de teef te strelen voelt men de foetussen bewegen. Dit vermindert geleidelijk na enkele dagen van masseren. De pups van een teef die regelmatig gemasseerd werd zullen beter reageren en zich gemakkelijker laten vastnemen. De pups zullen ook gemakkelijke op de emotionele toestanden van de moeder reageren. Vandaar dat het belangrijk is stress en angst situaties tijdens de dracht te vermijden.
EEN BEVALLING IN AFZONDERING
In principe moet de mens niet tussenkomen in het natuurlijke gebeuren dat een bevalling is. De teef zal zelf haar plaats zoeken om een nest te maken. Dit meestal op een rustige plaats. De pup komt ter wereld omringd van zijn placenta en de moeder bijt de navelstreng door, opent de placentazak en eet hem op. Dit is noodzakelijk omdat dit een hormoon bevat dat noodzakelijk is voor de aanmaak van de melk. Vervolgens likt de moeder haar jong schoon en zo stimuleert zij ook de ademhaling. De pups komen op verschillende tijdstippen ter wereld die variėren tussen de 10 ą 60 minuten. Meestal is de bevalling afgelopen in minder dan 12 uur. Het aantal pups per dracht varieert van 1 tot meer dan 15.
Als de bevalling voorbij is moet men niet tussenbeide komen en laat men de teef best gerust. Bij sommige teven ziet men dat het moedergevoel niet aanwezig is. Vooral bij een eerste bevalling, men moet dan de navelstreng oversnijden, de pup uit de foetuszak halen, hem frictioneren en hem tegen de tepels van de teef leggen. Het ideale zou zijn van de moeder haar plan te laten trekken met de pups, zelfs al zouden deze moeten sterven. Dit om het moedergevoel bij de teef te stimuleren. De waakzaamheid van de teef bij de bevalling is van belang.
DE ACTIVITEIT VAN DE PUPS
Hun bijzonderste activiteit is slapen. Ongeveer 90 % van de 24 uur slapen zij, waarvan ongeveer 95 % een raadselachtige slaap is tijdens dewelke we bij de pups bewegingen van de snuit, de lippen de oren en de ledematen vaststellen.
Als ze niet slapen dan tutteren zij. Zij worden regelmatig gevoed, alle 3 ą 4 uur. Zij zijn synchroon voor alle drachten. Als de snuit van de pup de moeder raakt of een andere pup dan stopt hij en zoekt opnieuw een tepel. Dit is het snuffel reflex. Eens de tepel gevonden duwt de pup met zijn poten volgens een afwisselende beweging om de melk uit de tepel te laten komen. Het contact met de tepel start het zuigen. Dit is het lipreflex.
ONMISBAAR, HET CONTACT MET DE MOEDER
De pup verplaatst zich al kruipend, omdat zijn motoriek beperkt is. Hij kan niet staan. Als hij van zijn nest verwijderd is zal hij onrustig worden en kreetjes laten die pas zullen stoppen als hij terug in zijn nest ligt. Op het einde van de maaltijd draait de moeder de pups rond en maakt ze hun toilet. Ze stimuleert de onderbuik van de pups waardoor ze urineren en stoelgang produceren. De moeder eet dit op. Dan kruipen de pups weer samen en slapen. Gedurende deze periode heeft de pup reeds een goed ontwikkeld gevoel en smaak.
De moeder hecht zich aan haar pups en al wat het contact met haar pups verhinderd zal bij haar moederlijke onrust teweeg brengen. Dit gevoel van hechtheid is zo sterk dat men bij het zogen haar andere pups kan laten adopteren. Alleen haar eigen pups kunnen haar tot rust brengen.
Webmaster